Marx

Marx

Lieve Blancquaert: We moeten eerlijk zijn: wij zijn geen volk dat heel erg leeft met sterfelijkheid. Het is een onderwerp dat we liever mijden. Iemand zijn, succes hebben: dat is bij ons verbonden aan de economie. Draai je daar als oudere niet meer in mee, dan leid je zogezegd een betekenisloos bestaan. Tijdens mijn lezing voel ik dat de zaal er heel hongerig naar is om te leren hoe we uit die negatieve spiraal kunnen blijven. In een minder prestatiegericht land zoals Cuba studeren mensen bij manier van spreken tot ze doodgaan. Het moet gedaan zijn met de discriminatie en stigmatisering van senioren, wat is dat toch met ons? (lacht)

Vooruitkijkend naar de winter van je eigen bestaan schrijf je: 'Laat mij niet angstig worden voor wat buiten is.' Vertaalt zich dat in een drukke culturele agenda?

Blancquaert: Ik heb net de monoloog Marx van Johan Heldenbergh gezien. Heel sterk. De schoonheid is dat hij erin slaagt het publiek een emmer ijskoud water in het gezicht te gooien zonder dat het boos wordt. Maar wat echt magisch is en wat je bijna nooit meemaakt in een theaterzaal, is dat iederéén rechtstaat en applaudisseert nadat hij zijn laatste woord heeft gesproken. Het ontroert mij om tussen mensen te staan die allemaal door hetzelfde zijn geraakt. Je voelt dat hij niet zomaar een tekst brengt, maar dat die diep in hem zit. Het is persoonlijke woede, een persoonlijk verhaal. Nu even denken, wat heb ik nog gezien...

De ballade van het treurige café

De ballade van het treurige café

Of gehoord, gelezen, betast.

Blancquaert: Ah ja, een klein boekje van Carson McCullers, De ballade van het treurige café, uit 1951 maar nog altijd actueel. Een vrouw trouwt, omdat je dat nu eenmaal doet, maar haar huwelijk duurt amper tien dagen, omdat ze met die man geen relatie wil hebben. Dan begint ze een café. Het gaat over bedrog, misbruik, wanhoop, armoede... En toch: supermooi. Net als Beautiful Boy. Sommigen hebben het er moeilijk mee dat die film zich afspeelt in een geïdealiseerde omgeving, maar dat vind ik er net sterk aan. Het is niet het cliché van een arme familie waarin iedereen elkaar klop geeft en je automatisch aan de drugs raakt.

Even proberen: ben je vatbaar voor muziek?

Blancquaert: Zéér. Muziek is voor mij misschien wel de mooiste taal. Ik ben nu, tegen september, een expo aan het maken voor de Sint-Pietersabdij in Gent, en daarin wil ik ook muziek. Omdat muziek emoties kan onderlijnen als niets anders. Van sommige stukken van Bach krijg ik letterlijk kippenvel. Of polyfone koren, daar kick ik helemaal op. Afgelopen zomer heb ik een voorstelling gemaakt met Currende, het koor onder leiding van Erik Van Nevel, in de context van de herdenking van de Groote Oorlog. Dat koor was zó goed. Wat een groep stemmen kan doen met gevoelens en een verhaal is magisch. Zeker in een architecturale omgeving waarin de klank tot haar recht komt, zoals een kerk.

Currende

Currende