Er blijven maar welriekende dampen opstijgen uit de bomvolle stoofpot van rock, jazz, funk, hiphop en elektronica die al enkele jaren staat te pruttelen. Van alle Belgen die weleens in die ketel roeren, is Mattias De Craene wellicht een van de interessantste chefs. De Gentse saxofonist blaast niet alleen leven in zijn combo Nordmann, waarmee hij in 2016 Humo's Rock Rally won, maar rijdt sinds kort ook voor eigen rekening als MDC III, een vlag die naast De Craene ook twéé drummers dekt: allrounder Simon Segers, actief bij onder meer Absynthe Minded en De Beren Gieren en Lennert Jacobs, die achter de vellen zit bij The Germans.

Delen

'Wie naar mijn muziek luistert, moet het gevoel krijgen in een zweterige, psychotische, maar fantasierijke jungle te zitten.'

Mattias De Craene

'Een perfect geoliede machine', zegt De Craene trots over zijn trommeltandem. 'Ze vullen elkaar aan: Simon, de geschoolde, technisch sterke drummer met bakken ervaring, en Lennert, die zijn drumstel als autodidact helemaal anders benadert. Samen banen ze zich een weg langs scheve grooves en rare maatsoorten.'

Volgens de korte biografieën van MDC III die her en der te vinden zijn, ligt de kiem van het project in Interstellar Space, de dubbelplaat van saxlegende John Coltrane en drummer Rashied Ali. Niet geloven die handel, De Craene refereert zelf liever aan acteur, regisseur, schilder en saxofonist John Lurie, die onder de noemer The National Orchestra de studio indook met een percussionist en een drummer. 'Dat, maar dan anders en met meer elektronica', vat De Craene het half grappend samen, want wie MDC III en The National Orchestra naast elkaar legt, zal zien dat er van Luries invloeden nauwelijks iets is overgebleven.

MDC III is dan ook zijn meest persoonlijke project, vertelt de saxofonist. 'Waar ik met Nordmann nog een beetje gebonden ben aan songstructuren, hoef ik nu nauwelijks compromissen te sluiten. Het is enkel een kwestie van het juiste gevoel te pakken te krijgen, dat uit te leggen aan Simon en Lennert en samen naar de juiste klanken te zoeken. Vaak refereer ik aan films als Apocalypse Now. Wie naar mijn muziek luistert, moet het gevoel krijgen in een zweterige, psychotische, maar fantasierijke jungle te zitten.'

Daar vloeien tracks als het psychotische TINNIT uit voort, de eerste single van de in september te verschijnen debuutplaat. Nu ja, de definitie van een single is nauwelijks toe te passen op de bijna elf minuten durende track - er bestaat ook een singleversie van een dikke vier minuten - vol tribale vibes, die alle kanten op zweeft en je doet afvragen of dit volop improviserende gezelschap de studio niet aanvoelt als een jungle, maar als een apenkooi.

Dat De Craene niet aan tralies hoeft te rukken, heeft ie naar eigen zeggen te danken aan Dijf Sanders, elektronicatovenaar voor zowat iedereen in de Belpop, van Baloji tot Kenji Minogue. 'Hij is zo'n beetje onze vierde, onzichtbare muzikant. Als wij klaar zijn met opnemen, gaat hij nog eens met zijn muzikale fantasie over de opnames heen. Telkens hij zijn werk in mijn mailbox dropt, triggert me dat om live nog verregaander te experimenteren. Het studiowerk en de concerten versterken elkaar dus echt.'

Luister hieronder in première naar de korte versie van TINNIT.