Op de Brusselse Anspachlaan, een steenworp ver van de AB en de Beursschouwburg, herleeft tegenwoordig nóg een cultuurtempel met een verhaal: cinema Palace, de oudste bioscoop van Brussel, die na een lange geschiedenis weer de deuren opent.

Die historie van het gebouw is lang en hobbelig. Het Franse filmbedrijf Pathé richtte er in 1913 een grand palais d'attractions in. Later werd het een showroom van elektromerk Bauknecht en zelfs een parking. Twintig jaar geleden trok cinema Kladaradatsch! er dan in, maar die ging snel failliet. Zelfs het Théâtre National had er zijn plek.

Vandaag wil Palace een bioscoop van de 21ste eeuw zijn, en dus meer dan films aanbieden. Het complex heeft een restaurant in eigen beheer en ruimtes voor recepties. De nieuwe speler op de filmmarkt wil ook inzetten op samenwerkingen met scholen.

Speelruimte

Het geld komt van de Franstalige gemeenschap, maar er zitten ook Vlamingen in de vzw, zoals regisseur Fien Troch. . 'Daar droomt toch elke regisseur van? 'Dit is belangrijk voor de Belgische cinema', zegt ze in De Standaard. 'De Vlaamse film heeft het moeilijk in Brussel, terwijl Franstalige films worstelen in Vlaanderen. Deze cinema zal zoals de stad zijn: meertalig en multicultureel.' Cineast Luc Dardenne is voorzitter van de raad van bestuur van de vzw die de cinema uitbaat en wil dat Palace 'een kosmopolitische plek' wordt.

De openingsfilm op 27 februari wordt Hannah van Andrea Pallaoro, een Belgische coproductie met Charlotte Rampling in de hoofdrol. Om uit de kosten te geraken, moet de cinema 99.000 bezoekers per jaar trekken. Dardenne is in De Morgen alvast hoopvol: 'In grote steden gebeurt zo'n 15 procent van de bioscoopbezoeken in een arthousecinema. In Brussel is dat geen 9 procent. Er is hier dus speelruimte.'